gereformeerde kerk

groeien in geloof

GKBS

Meditatie: _Jezus als vrijwaringsbewijs

Meditatie: Jezus als vrijwaringsbewijs
God heeft Hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door Hem rechtvaardig voor God konden worden. (2 Korinthe 5:21)
Kort na Pasen staan we nog een keer stil bij het lijden, sterven en de opstanding van Jezus. Dit keer naar aanleiding van wat de apostel Paulus schrijft in 2 Korinthe 5:14-21. Paulus wil in dit gedeelte 3 dingen duidelijk maken.

…. zodat wij door Hem rechtvaardig voor God konden worden (vers 21).

Door het sterven en de opstanding van Jezus kon God zich met de mensen verzoenen. Doordat onze zonde, op de Here Jezus zijn gelegd: "God heeft Hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door Hem rechtvaardig voor God kunnen worden".
Jezus heeft plaats vervangend de schuld van ons overgenomen. De straf op de zonde is door Jezus betaald en Hij mag nu de vrijspraak uitdelen aan ons. Rechtvaardig betekent dan vrijgesproken. Het betekent dat je God weer recht in de ogen kan aankijken.

Als je een auto hebt en die gaat doorverkopen dan krijg bij het overschrijven van de auto als verkoper een vrijwaringbewijs. Je kunt dan ten alle tijde aantonen dat je de auto hebt verkocht en dat jij niet langer de eigenaar bent. Komt er een bekeuring binnen voor een overtreding die gemaakt is met de auto, dan kun je bewijzen dat jij de auto niet langer meer in bezit hebt. Je bent dan vrij van de opgelegde boete, van de opgelegde straf. Zo'n vrijwaringbewijs geeft zekerheid.
Als je gelooft in het volbrachte werk van Jezus Christus. Als je gelooft dat Jezus plaatsvervangend gestorven is voor je zonden dan ontvang je ook een vrijwaringbewijs. Dan ben je vrij van strafvervolging.

Jij bent een nieuwe schepping

Wat geeft die vrijspraak ons nog meer? In vers 17 schrijft Paulus: "Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen”. Eén worden met Christus. Paulus beschrijft in het eerste stukje dat één mens voor alle mensen gestorven is (vers 14). Eén mens, Jezus Christus, Hij is gestorven maar ook weer opgewekt (vers 15). In het sterven van Jezus, zijn wij allemaal gestorven, zo vertelt Paulus. De oude mens, gericht op onszelf, niet gericht op God, die sterft. En de nieuwe mens mag ontwaken in ons leven. Die nieuwe mens is niet langer gericht op jezelf maar strekt zich uit naar God. Het is het werk van de Heilige Geest diep van binnen. Je eigen gerichtheid wordt radicaal omgedraaid in een God gerichtheid. De doop laat het mooi zien. Je oude leven sterft in het water en je staat met nieuw leven weer op (Romeinen 6:3-5).

Gegeven om door te geven
Er zit ook een moeilijke opdracht in dit Bijbelgedeelte. In vers 19 lezen we: "En ons heeft Hij de verkondiging (de bediening) van de verzoening toevertrouwd (gegeven)”. God geeft ons de opdracht om het verzoeningswerk door te geven. Dat geldt niet alleen voor predikanten, pastoraal werkers of evangelisatie commissies. Dat geldt voor ons allemaal. Vers 20: Geef door aan elkaar: "Laat u met God verzoenen". Dat mag de vraag, de oproep zijn op uw lippen, naar elkaar toe, naar vrienden, familieleden, kinderen en klein kinderen.
Nee, hé, denkt u. U bent misschien moe van het leven. Teleurgesteld dat kinderen, klein kinderen misschien niet meer naar de kerk gaan. Ik kom natuurlijk niet vanuit me zelf met die oproep. Ten diepste is het God zelf. Als we ons realiseren wat de verzoening tussen ons en God voor ons betekent, dan willen we dat toch uitdragen.
Maak gebruik van de mogelijkheden die u heeft. Wat geeft u cadeau als kleinkinderen geboren worden? Wat geeft u cadeau als kleinkinderen net hebben leren lezen op school? Weten uw kleinkinderen dat u gelooft, dat u een nauwe band met de HEER heeft? Zonder er iedere keer op terug te komen, zonder iedere keer kinderen vermanend te bepreken dat ze naar de kerk moeten gaan, kunt u op eenvoudige wijze een levende getuigen van Christus zijn. ‘Laat u met God verzoenen’, dat mag onze lijfspreuk worden.

Als we de verzoening met God niet meer kunnen binden op het hart van onze kinderen, laten wij dan onze wens, ons verlangen, op het hart van God binden.
Ronny van Renswoude