gereformeerde kerk

groeien in geloof

GKBS

Meditatie: Heldere grenzen?

“Vrienden, dit voorbeeld gaat over ons. Wij zijn gestorven samen met Christus. Daarom geldt de wet niet meer voor ons. Wij horen nu bij Christus, die is opgestaan uit de dood. Ons leven moet vrucht dragen voor God.” (NBV en BGT)

Na een pauze van 2 weken in verband met klussen en een hamstring die protesteerde, bond ik vanochtend weer mijn hardloop schoenen onder. Ik liep de polder in om 6 uur s’ochtends. Overal werd ik begroet door grutto’s die op de verschillende palen onderweg een oogje in het zeil hielden. Toen ik langs kwam rennen, waarschuwden ze hun vrienden voor de vreemde vogel, die nu al onderweg was.
Mijn oog viel op een gegeven moment op de stukjes grasland die afgebakend waren. Heldere piketpaaltjes in de grond, maar daartussen een schrikdraad. Aan de ene kant alles netjes gemaaid, aan de andere kant een prachtige zee van allerlei bloemen, kruiden en gras.

Ik moest denken aan de behoefte van ons mensen aan heldere grenzen. Piketpaaltjes die we in de grond zetten om onze veilige ruimte af te bakenen. Aan de ene kant geeft dat een zeker gevoel. Maar aan de andere kant zit er ook een duistere kant aan. Want wat als een schrikdraad, een muur, het prikkeldraad bedoeld is om te voorkomen dat je kunt vertrekken of juist voorkomt dat mensen erbij mogen horen.
Hoe bijzonder is het dat Jezus wanneer hij spreekt over de goede Herder het eigenlijk nooit heeft over afgebakende stukjes land. Wanneer Hij spreekt over de goede Herder, dan heeft hij het over de schapen die Zijn stem herkennen en hem vrijwillig volgen. Nergens is er dwang te herkennen. En zou er een schaap zijn dat de weg kwijt is, dan mogen we zelfs weten dat we gezocht worden.

Soms verlangen we naar heldere grenzen zowel binnen als buiten de kerk. We verlangen naar iemand die ons vertelt hoe de wereld in elkaar zit: juist in onzekere tijden. Maar wanneer we Jezus volgen realiseer ik mij dat we dan meestal geen gemakkelijk antwoord krijgen. Misschien juist ook omdat de werkelijkheid te ingewikkeld is voor een gemakkelijk antwoord.

Het verrast mij telkens weer hoe Jezus omgaat met mensen die volgens anderen er niet bij horen, omdat ze zich niet aan de regels houden. Hij wijst ze niet af. Hij stelt geen minimum-eisen. Integendeel: Hij zit met hen aan tafel, luistert naar hun diepste verlangens en daagt ze uit om radicaal richting God toe te gaan leven.
Houdt dat dat in dat alles mag en alles kan? Dat alles ok is? Zeker niet. Paulus zegt dat zo mooi: “Ons leven moet vrucht dragen voor God”. Vrucht dragen dat is het beeld van Gods Geest die in en met ons aan het werk is om de vruchten van de Geest te laten groeien: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Dat is een hele concrete vertaling van wat het betekent om een Christen te zijn. Ons karakter moet gaan lijken op Jezus.

Paulus weet van de verleiding om dat proces te vangen in regels en procedures. De Joodse lezers van Paulus wisten hoe de regels en wetten voor eeuwen al God’s volk hadden gevormd. Om dan een boodschap te moeten horen dat je anders moest gaan denken, kan niet anders dan tegelijkertijd bevrijdend en bedreigend zijn geweest.
Wat nu als we eens minder focussen op heldere piketpaaltjes, op grenzen, op regels? Op de vraag wanneer je erbij hoort en wanneer niet. Wanneer je met wat mee mag doen en wanneer niet. Wanneer je goed genoeg bent voor Gods zegen en wanneer niet. Want was dat niet vooral de hobby van de Farizeeërs en Schriftgeleerden?

Wat als we nu net zoals Jezus beginnen met de richting waarin zich ons en andermans leven beweegt? Ben je bereid om je leven in de richting van Jezus te oriënteren? Ben je bereid om Hem de kans te geven om je te trekken met koorden van liefde?
Je hoeft niet aan bepaalde regels te voldoen, als je je maar openstaat voor het avontuur om Hem te volgen. Als de richting waarin je leven zich beweegt, maar de juiste is.
Wat een bekering zou dat zijn! Wat een ideale omstandigheden waarin de vruchten van de Geest kunnen groeien! Wat een mooie veelkleurige club van God’s mensen zouden we dan worden.
Ds. karsten van Staveren