GKBS
Meditatie Wat is een mens?
Meditatie Wat is een mens?
Zie ik de hemel, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren door U daar bevestigd,
wat is dan een sterveling dat U aan hem denkt,
een mensenkind dat U naar hem omziet?
U hebt hem bijna een god gemaakt …
Psalm 8:4-6
Deze zomer hadden we een rustige vakantie. Waar we vorig jaar een heel actieve reis maakten, met een gehuurde bus van plaats naar plaats reden, meerdere landen aandeden en overal in de geschiedenis doken, musea bezochten, steden bekeken en kerken ingingen, hadden we dit jaar een vakantie die vooral bestond uit rust, zwemmen en lezen. Blijkbaar waren we er alle vier aan toe om op een rustige plek in een mooie omgeving je hoofd te vullen met verhalen en nieuwe gedachten.
Een van de boeken die ik las was een verhalenbundel van theoloog Ruben van Wingerden, docent aan de HBO-opleiding voor predikanten in Ede. Een theologisch werk over het onverwachte thema van leven op andere planeten: ‘Wat als we niet alleen zijn?’
Het blijkt een eeuwenoude gedachte. Origenes, kerkvader in de 3e eeuw, is er al mee bezig. In zijn denken is het heelal vol van bezielde, rationele wezens. Heel het heelal is immers door dezelfde God gemaakt, waarom zou Hij dan alleen de aarde met wezens bevolkt hebben? Zou het niet mogelijk zijn dat er in andere sterrenstelsels, ver weg van het onze, ook leven is ontstaan?
Talloze boeken en vele films spelen met die gedachte. Wat mij opvalt in zulke verhalen is dat buitenaards leven vaak heel menselijk beschreven wordt. Hoezeer ‘aliens’ op mensen lijken. Maar dan wel mensen met een plus, met net iets meer dan wij. Ze hebben superkrachten of zijn onsterfelijk of ze zijn moreel ver boven ons verheven.
Het is een aantrekkelijke gedachte: dat er ergens mensen zijn, of wezens die op mensen lijken, die wél gelukt zijn. Die niet kwetsbaar zijn en niet beperkt, niet gehinderd door onbegrip of angsten, veel minder vatbaar voor het kwaad.
Hoewel het ook mismoedig maakt. Want wij mensen-hier-op-aarde steken wel erg bleek tegen zulke wezens af. Bij Van Wingerden verworden de meesten van ‘ons’ tot koppige, hardleerse, zelfzuchtige versies van zichzelf.
Tegelijk met het boek van Van Wingerden las ik twee romans waarin de focus precies is omgedraaid. ‘Klara en de zon’ over een mensachtige robot die een tienermeisje als ‘vriend’ moet bijstaan, en ‘Einde verhaal’ over de val van een engel aan het einde der tijden. Zowel robot als engel zijn bijna perfecte wezens: rationeel, toegerust voor hun taak, verheven boven verleiding, gericht op het licht. En toch verlangen zij er beiden naar om mens te zijn. Een lichaam te hebben, met al zijn vreugden en ongemak, al zijn tijdelijkheid en kwetsbaarheid. En in dat lichaam gevoel te hebben, te weten van vragen en twijfel, te groeien door liefde, en vandaaruit te kiezen voor zorg en opoffering.
Psalm 8 toont mensen net zoals ze zijn. Klein en nietig onder een grootse hemel. En toch zijn wij ook: ‘bijna god’. Ik denk: niet in wat wij kunnen of zeker weten of voor elkaar krijgen, maar juist in onze kwetsbaarheid waardoor wij ons in ons hart laten raken.
Ruben van Wingerden – Wat als we niet alleen zijn? (2026)
Sander Kollaard – Einde verhaal (2025)
Kazuo Ishiguro – Klara en de zon (2021)
Ds. Neeltje Rietveld-de Jong